Jan Verhagen


 

Jan Verhagen( 1911 – 1997), beter bekend als Jan de Koning, zanger, dichter, verteller, filosoof, maar bovenal houtkunstenaar.  Op de hoepelmakerij van zijn vader  was het hout en nog eens hout. Hij leerde  de natuur als geen ander kennen. Hij leerde de taal van bomen en planten. De natuur was zijn bron van inspiratie om verhalen en gedichten te schrijven, te filosoferen en  houten beelden te maken. Hij  liet zich het liefst omschrijven als tovenaar die uit stronken hout de wereld van trollen en bosgeesten te voorschijn liet komen. Zijn beelden hadden een ziel en een verhaal. Met zijn prachtige stem was hij de drager van het naar hem genoemde smartlappenkoor ome Jan. Jan overleed op 10 juli 1997 en werd in een pracntige boom, geheel volgens zijn wens terug naar zijn aarde gebracht.

Jan had vele vrienden. Een van hen was Jan Ploegmakers. Tot en met 2011 heeft hij het werk van Jan Verhagen gekoesterd en tentoongesteld in het museum de Bosgeest aan de Eerdse baan. 

 

 

Ter gelegenheid van Jan zijn 85ste verjaardag op 8 december 1996 verscheen het volgende artikel in het Schijndelsweekblad. 

 

 

Elk kunstwerk heeft een ziel, een geest en kent een verhaal. Alleen de houtbeeldhouwer Jan Verhagen kent het verhaal en vertelde dat aan iedereen die het maar horen wilde. Wie zij houtsculpturen nauwkeurig bekijkt, stap een wereld binnen van bosgeesten, trollen en kabouters, feeën, aardmannetjes, nimfen. En waarachtig ze zijn in zijn werk te vinden. Wat voor een willekeurige kijker een stronk of een stuk hout is werd voor Jan een specifieke wereld. Maar je moet het wel kunnen zien. “Elke dag praat ik ook met mijn geesteskinderen. Ze bestaan, ze luisteren en praten terug”

Ze ontstaan onder zijn handen. Sfinxen, danseresjes, voorhistorische dieren, maar ook een Mona Lisa. “Als ik de natuurlijke structuur zie en door mijn handen laat gaan, wordt het grijpbare ongrijpbaar. Er onstaat een geesteskind”, zegt de kunstenaar in een klein kamertje dat als atelier is ingericht.

Hier maakt hij zijn kleine sculpturen. De grote maakt hij in een schuur in zijn langerekte tuin. Daar ligt een massa takken, wortels en stronken, door zijn dochter uit Scandinavië meegebracht, te wachten op de ziel die Jan eer in gaat beeldhouwen.

“ De natuur heeft mij altijd mateloos geboeid. Als ik vroeger van school naar ons boerderijtje liep, moest ik via smalle paadjes door de bossen en de akkers. Als dan de mist en nevel de bomen en struiken met een waas omhulden, begon er een aparte wereld voor mij te leven. Dat beeld werd nog versterkt door de verhalen die ik ’s avonds hoorde als mijn vader, een hoepelmaker, sprak met stropers bij het vuur in de keuken. Een andere wereld ging voor mij open.”

Op school keek hij meer naar de natuurplaten van Bos, er hangt er een in zijn piepkleine bijkeuken, dan naar het bord. Maar Jan zou pas op latere leeftijd iets met zijn gevoelsleven doen. Als heel klein jongetje werkte hij stiekem bij het houtbedrijfje. Dat leverde hem een berisping op van de marechaussee. Hij zette mensen met een bootje het kanaal over en werkte bij Jansen de Wit : eerst in het magazijn, dan aan de breimachine en later kon hij zelfs machines in elkaar zetten. “Ik kon in het buitenland geld als water verdienen, maar dit plekje in de Meierij trok mij meer.” “ Ik ben mijn sculpturen gaan maken in de tijd dat ik geen tijd had.” Nu heeft hij alle tijd. Zij specifieke belevingswereld heeft Jan in sprookjes omgezet. Wie het werk van hem ziet, kan en mag niet weggaan voordat hij een van zijn verhalen heeft gehoord. In zijn sprookjes vertaalt Jan zijn belevingswereld. De zakelijke wereld wordt omgetoverd in fictie. Zijn belevenissen brachten hem zelfs in het televisieprogramma De Stoel. Naast het beeldhouwen is lezen zijn passie. Zijn huisje barst bijna uit de voegen door de boeken die op tafel, trap, vensterbanken en vloer een plekje hebben gevonden. Jan Verhagen is naast verteller ook een filosoof en hij zingt in het Smartlappenkoor dat naar hem is genoemd. Bovenal echter was hij een van dat eigenaardige gezelschap De Drie Musketiers.

Als Jan dit aardse verlaat wil hij begraven worden in een boom. Twee vrienden heb er al een gevonden. Zijn leven blijft bewaard in het museum daar aan de Eerdse baan bij de familie Ploegmakers. Een schaduw hangt echter boven het hoofd met de pet: het zou wel eens moeten verdwijnen, omdat daar een weg moet worden aangelgd. Maar dat museum De Bosgeest van de aardbodem zou verdwijnen, laat geen enkele geest toe.